De vroegere geschiedenis van kapel Raath (Heemkunde 2002)

De volgende tekst is g,•schrcvm door de vroeger<' pastoor van fabeek, Jl.!. 111eulmberg. Zijn otul-lerrlingfo Bronnl'hcrg hetft het artikel voor dt!Ze publicatie be'U!trkt m er. waar nodig, vaklarende aantekeningm aan toegevoegd. De cwntekeningen ·van pastoor Aleulenbng slaan tussen ronde ()boogjes. Uit de geschiedenis van de vroegere kapel van Raath De bokkenrijders hebben in 1751 de hoeve van drossaard Duyckers in brand gestoken. Deze lag volgens betrouwbare zegslieden op de plaatst waar nu de hoeve tegenover het puthuisje ligt. Tegelijk brandde de huiskapel af en ook de woning. De resten werden 'het gebrandj good' genoemd. Na de brand werd alles, ook de kapel, weer opgebouwd. Allengskens begonnen er meer en meer mensen, ook van buiten het kasteel, in de kapel de heilige diensten bij te wonen. Her Godshuisje bleek spoe– dig re klein en in Raath, dat nog meer inwoners telde dan de rest van Bingelrade, streefde men naar de bouw van een rectorale kerk, groot genoeg voor alle bewoners van het gehucht Raath. Te dien einde hadden 'onderscheiden inwoners' van Raath rond 1835 een ver– zoekschrift gestuurd naar Zijne Majesteit de Koning der Belgen - wij hoorden immers van 1815 tot 1867 bij België- om 'te komen tot de herstelling(= bouw) eener kapel' op de volgende motieven, die overigens door het kerkbestuur ntn Bingelrade werden weerlegd. TTieronder z~jn de argumenten van de inwoners van Raath naast de tegen-argumenten gezet van het kerkbestuur van Bingelrade. Dat laatste was bevreesd voor vcrlies aan inkomsten en voor te zware financiële lasten, indien er ook in Raatheen kerk zou komen. Reorganisatie Vcrder is er zo meteen sprake van 'de organisatie van 1801'. Hiermee wordt bedoeld de reorganisatie van de katholieke kerk in Frankrijk na het Concordaat. Dat Concordaat was het verdrag in 1801 gesloten tussen Napoleon en Paus Pius VII. Omdat onze streken toen bij Frankrijk gevoegd waren, gold dat Concordaat ook voor ons. In enkele van de bepalingen van het Concordaat was beslist dat de oude bisdommen werden opgeheven en vervangen door nieuwe, met andere grenzen, die zouden samenvallen met die van de nieuwe departementen. Voor onze voorouders betekende dar, dat het bisdom Roermond in 1801 werd opgeheven en dar vrijwel het hele hu1dige Limburg, ingedeeld bij het nieuwe Franse ment 'La Meuse Inférieure', bij her bisdom Luik werd gevoegd. Die departe toestand duurde tot 1853. 79

RkJQdWJsaXNoZXIy NTAwNw==